ECLI:NL:RBARN:2005:AS8312
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenvonnis over ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Arnhem heeft op 24 februari 2005 een tussenvonnis gewezen in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde. De officier van justitie vorderde een betalingsverplichting van €2.680.725,00 wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging stelde dat een deel van het geld niet daadwerkelijk ten voordele van de veroordeelde was gekomen, omdat het was uitgeleend of belegd via derden.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat het wederrechtelijk verkregen geld later werd belegd of aan derden werd uitgeleend, niet uitsluit dat het voordeel aan de veroordeelde toekwam. De beschikking over het voordeel op het moment van verkrijging is doorslaggevend. De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen en bepaalde dat enkele getuigen, waaronder R., M.M. en W., opgeroepen moeten worden om te worden gehoord.
Verder wees de rechtbank het verzoek van de verdediging af om 23 andere getuigen te horen, omdat hun verklaringen niet zouden afdoen aan het reeds vastgestelde feit van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het onderzoek wordt geschorst tot een nader te bepalen zitting waarop de getuigen zullen worden gehoord.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en beveelt het horen van enkele getuigen voor nader onderzoek van het wederrechtelijk verkregen voordeel.