ECLI:NL:RBARN:2006:AU9665
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering terugwerkende herziening intrekking WAO-uitkering gedetineerde
Eiser ontving sinds 1992 een WAO-uitkering die per 1 juni 2000 werd ingetrokken vanwege zijn detentie die langer dan één maand duurde, op grond van artikel 43, vijfde lid, van de WAO. Eiser verzocht later om herziening van dit besluit naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) die bepaalde dat bepaalde groepen gedetineerden niet onder de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) vallen. Verweerder heropende de uitkering per 18 juni 2004 maar weigerde terugwerkende kracht te verlenen.
De rechtbank oordeelt dat het intrekkingsbesluit van 17 juli 2000 formeel rechtsgeldig is geworden omdat eiser destijds geen rechtsmiddelen heeft benut. De rechtbank overweegt dat latere jurisprudentie geen nieuw feit vormt dat herziening rechtvaardigt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij destijds niet adequaat is bijgestaan.
Verder concludeert de rechtbank dat de weigering om terugwerkende kracht te verlenen geen disproportionele inbreuk vormt op het eigendomsrecht van eiser zoals beschermd door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De belangenafweging tussen rechtszekerheid en bescherming van eigendom is evenwichtig. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering om met terugwerkende kracht de intrekking van de WAO-uitkering te herzien.