ECLI:NL:RBARN:2006:AY1707
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M. Smit
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen buitenlandse bankrekeningen en bewijsgebruik microfiches Kredietbank Luxemburg
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1991 en 1992, opgelegd aan eiser op basis van gegevens afkomstig van microfiches van de Kredietbank Luxemburg (KBLux). Eiser erkent het bestaan van buitenlandse bankrekeningen, maar betwist de rechtmatigheid van het bewijs en de motivering van de aanslagen.
De rechtbank oordeelt dat de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar, zoals opgenomen in artikel 16 lid 4 AWR Pro, niet in strijd is met het Europees recht, omdat deze verlenging gerechtvaardigd is door de beperkte controlemogelijkheden van de fiscus bij buitenlandse vermogensbestanddelen. Verder wordt geoordeeld dat de microfiches niet onrechtmatig verkregen bewijs vormen en dat het gebruik ervan door de Nederlandse belastingdienst niet in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De bewijslast is omgekeerd omdat eiser niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht. Verweerder heeft een redelijke schatting gemaakt van de belastbare bedragen. De opgelegde boetes worden passend geacht, maar met 20% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst het beroep tegen het uitblijven van een uitspraak op bezwaar toe en besluit zelf in de zaak te voorzien, waarbij de navorderingsaanslagen worden gehandhaafd met de genoemde matiging van de boetes.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen IB/PVV 1991 en VB 1992 worden gehandhaafd met matiging van boetes wegens overschrijding redelijke termijn.