ECLI:NL:PHR:2011:BN6324
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Redelijke schatting van buitenlandse vermogenscorrecties zonder factor 1,5
Deze zaak betreft de fiscale navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbende wegens het niet verstrekken van informatie over buitenlandse bankrekeningen bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). De Inspecteur baseerde zijn schatting van de niet-aangegeven inkomsten en vermogenscorrecties op gegevens van meewerkende belastingplichtigen (meewerkers) en paste een factor 1,5 toe om rekening te houden met hogere saldi bij weigeraars en ontkenners.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de schatting van de Inspecteur, met uitzondering van de factor 1,5, redelijk was en dat de factor 1,5 onvoldoende was onderbouwd en daarom buiten beschouwing moest blijven. Het Hof vond dat het verband tussen de op microfiches vermelde saldi en de werkelijke tegoeden zo zwak was dat de factor 1,5 niet gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad bevestigt dat de Inspecteur een redelijke schatting mag maken op basis van gegevens van vergelijkbare belastingplichtigen en dat de weigering van belanghebbende om informatie te verstrekken een zekere marge in de schatting rechtvaardigt. De schatting moet echter niet willekeurig zijn. De factor 1,5 is volgens de Hoge Raad niet redelijk onderbouwd en mag niet worden toegepast. De overige correcties en de wijze van verdeling over de jaren zijn wel redelijk.
De boete is passend geacht gezien de opzet van belanghebbende en de onzekerheid in de schatting, met een vermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige en onderbouwde schatting bij omkering van de bewijslast in fiscale procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep van de Staatssecretaris af en bevestigt dat de factor 1,5 niet mag worden toegepast bij de schatting van de navorderingsaanslagen.