ECLI:NL:PHR:2007:BA0582
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing van artikel 8:29 Awb inzake geheimhouding stukken in belastingprocedure
In deze zaak gaat het om de weigering van de Inspecteur om delen van het draaiboek en de nieuwsbrieven van het Rekeningenproject over te leggen aan belanghebbende, die navorderingsaanslagen en boeten betwist. Het hof had de weigering beoordeeld door een aparte enkelvoudige kamer, die niet over het volledige procesdossier beschikte, en oordeelde dat geen gewichtige redenen bestonden voor geheimhouding van bepaalde passages. Het hof vernietigde daarop de navorderingsaanslagen en boeten.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad concludeert dat het bestuursprocesrecht geen zelfstandige cassatie tegen tussenbeslissingen kent en dat het beroep tegen de beslissing over geheimhouding moet worden meegenomen in het cassatieberoep tegen de einduitspraak. De Hoge Raad overweegt dat de procedure die het hof volgde niet voldeed aan de wettelijke vereisten, omdat de geheimhoudingskamer niet over het volledige dossier beschikte en de beoordeling van de gevolgen van niet-overlegging door een andere kamer werd gedaan zonder volledige kennis van de stukken.
De Hoge Raad benadrukt dat de wetgever beoogde dat dezelfde kamer zowel de geheimhoudingskwestie als de hoofdzaak beoordeelt, tenzij de niet-kennisnemende partij weigert toestemming te geven voor afdoening op basis van geheime stukken. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden voor een volledige herbeoordeling, waarbij de wettelijke procedure correct moet worden gevolgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor herbeoordeling.