ECLI:NL:RBARN:2007:BA4433
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.G. Okhuizen
- A.J.H. van Suilen
- M.M. Bijker - Veen
- Rechtspraak.nl
Aandelen in persoonlijke houdstermaatschappij behoren tot privévermogen op grond van gelijkheidsbeginsel
Eiser trad per 1 januari 2000 toe tot een maatschap en verwierf daarbij via zijn persoonlijke houdstermaatschappij aandelen in een B.V. Verweerder stelde dat deze aandelen tot het ondernemingsvermogen behoorden, wat leidde tot een hogere aanslag inkomstenbelasting 2002. Eiser voerde aan dat de aandelen tot zijn privévermogen behoren en dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel heffing over de meerwaarde in de weg staan.
De rechtbank stelt vast dat de aandelen in de houdstermaatschappij mede afhankelijk zijn van de bedrijfsuitoefening van eiser en daarom tot het ondernemingsvermogen behoren. Echter, verweerder had eerder aan andere vennoten toegestaan om soortgelijke aandelen tot hun privévermogen te rekenen. Dit leidt tot een ongelijke behandeling zonder objectieve rechtvaardiging.
De rechtbank verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat daarvoor meer vereist is dan het volgen van een gedragslijn door verweerder. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt omdat verweerder een bewuste gedragslijn heeft gevolgd ten aanzien van andere vennoten. Daarom mogen de aandelen tot het privévermogen worden gerekend en wordt de aanslag verminderd tot het door eiser opgegeven belastbare inkomen uit werk en woning van € 19.955.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. Er is geen proceskostenveroordeling omdat geen kosten zijn gesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt verminderd en vastgesteld op het door eiser opgegeven belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.955.