ECLI:NL:RBARN:2008:BC3401
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A. van der Straaten
- E. Klein Egelink
- J.A. van Schagen
- Rechtspraak.nl
Matiging boete Wet arbeid vreemdelingen voor stages met rechtmatig verblijf onder studiebeperking
In deze bestuursrechtelijke zaak legde de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan een onderwijsinstelling een bestuurlijke boete van €152.000 op wegens het laten lopen van 19 buitenlandse studenten zonder tewerkstellingsvergunning (twv). De studenten liepen onbetaalde stages in het kader van hun studie. De onderwijsinstelling betwistte dat zij als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kon worden aangemerkt en voerde aan dat de studenten geen arbeid verrichtten voor haar.
De rechtbank oordeelde dat het begrip werkgever in de Wav niet afhankelijk is van het bestaan van een arbeidsovereenkomst of beloning, en dat ook stages onder de vergunningplicht vallen. Wel stelde de rechtbank vast dat sinds 1 november 2006 een wijziging in het Besluit uitvoering Wav geldt waardoor vreemdelingen met rechtmatig verblijf onder de studiebeperking geen twv meer nodig hebben. Uit stukken van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bleek dat 18 van de 19 studenten destijds over een verblijfsvergunning met studiebeperking beschikten.
De rechtbank paste analoog artikel 15 IVBPR Pro toe en matigde de boete tot €8.000, het normbedrag per overtreding. Voor de ene student zonder studievergunning bleef de boete van toepassing. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van actuele regelgeving en de toepassing van internationale mensenrechtennormen bij bestuurlijke boetes.
Uitkomst: De boete wordt gematigd van €152.000 naar €8.000 vanwege rechtmatig verblijf van 18 studenten onder studiebeperking.