ECLI:NL:RBARN:2008:BC9452
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Neefe
- E. Klein Egelink
- L. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WW-dagloonberekening op basis van WAO-vervolgdagloon door UWV
Eiseres ontving een WAO-uitkering met een hoge mate van arbeidsongeschiktheid tot 28 mei 2006, waarna het UWV haar WAO-uitkering herzag en verlaagde. Zij vroeg daarop een WW-uitkering aan, welke het UWV berekende op basis van het lagere WAO-vervolgdagloon volgens artikel 13, zesde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
Eiseres stelde dat deze bepaling onverbindend is wegens strijd met artikel 45 van Pro de WW en de verzekeringsgedachte, en voerde ook een beroep in op gelijke behandeling. De rechtbank verwierp deze argumenten, onder meer omdat de wettelijke grondslag voor afwijkende dagloonregels sinds de invoering van artikel 45 WW Pro aanwezig is en het systeem van vervolgdagloon binnen de verzekeringsgedachte past.
De rechtbank oordeelde tevens dat het recht op WW-uitkering niet valt onder de arbeidsvoorwaarden in de Wet gelijke behandeling en dat eiseres niet onder het overgangsrecht valt dat recht geeft op een vervolguitkering bij blijvende werkloosheid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot berekening van het WW-dagloon op basis van het WAO-vervolgdagloon wordt bekrachtigd.