ECLI:NL:RBARN:2008:BG0273
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- F.M. Smit
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navordering inkomstenbelasting wegens deelname in film-CV
Eiser was commanditair vennoot in CV 9, een commanditaire vennootschap opgericht voor de productie en exploitatie van speelfilms. Verweerder legde een navorderingsaanslag IB/PVV 2001 op wegens vermeende onjuiste fiscale aftrek. De rechtbank onderzocht of sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.
Uit het dossier bleek dat CV 4, 5, 6 en 9 gelijktijdig waren opgericht en dat CV 4, 5 en 6 geen winstvaststellingsovereenkomsten (WVO's) hadden, terwijl CV 9 ook geen WVO had. De inspecteur baseerde de navordering op informatie verkregen in 2004, waaronder een verklaring van de advocaat van [F] over een kasronde bij CV 9. De rechtbank oordeelde echter dat deze informatie redelijkerwijs al bekend had kunnen zijn bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag in 2004.
De rechtbank stelde vast dat verweerder een ambtelijk verzuim had begaan door niet eerder onderzoek te doen naar de fiscale positie van CV 9. Hierdoor was geen nieuw feit aanwezig dat navordering rechtvaardigde. Tevens werd geoordeeld dat de fiscale faciliteiten niet toekwamen omdat de CV's films bestelden bij Amerikaanse servicebedrijven en geen onderneming voor eigen rekening dreven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser. Tevens werd het door eiser betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van tijdig en zorgvuldig onderzoek door de Belastingdienst alvorens navorderingsaanslagen op te leggen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2001 wordt vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.