ECLI:NL:RBARN:2011:BT6431
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting op onveraccijnsde sigaretten met vergoeding wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil over naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting opgelegd aan eiser wegens het voorhanden hebben en leveren van onveraccijnsde sigaretten in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 maart 2004. Eiser betwistte onder meer het horen in bezwaar, de rechtmatigheid van het gebruikte bewijs, de feitelijke beschikkingsmacht over de sigaretten, de hoeveelheid en de maatstaf van heffing.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in bezwaar terecht niet was gehoord. De verklaringen die tijdens het strafrechtelijk onderzoek waren afgelegd, mochten ondanks mogelijke onrechtmatigheid als bewijsmateriaal worden gebruikt, omdat het gebruik daarvan niet zodanig onbehoorlijk was dat het ontoelaatbaar was. Uit de verklaringen en observaties bleek dat eiser feitelijke beschikkingsmacht had over de sigaretten en deze aan derden leverde.
De rechtbank stelde vast dat de hoeveelheid van 1.400.000 sigaretten juist was, gebaseerd op de verklaringen van eiser zelf. De toegepaste maatstaf van heffing was conform de wettelijke tarieven en prijzen. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met circa 4,5 jaar was overschreden, wat recht gaf op een immateriële schadevergoeding van €4500. De naheffingsaanslagen en heffingsrente werden gehandhaafd, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen worden gehandhaafd, maar eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.