ECLI:NL:RBARN:2011:BT8396
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten en vermogensoverschrijding
Eiser ontving bijstand van juli 1997 tot juli 2010. Verweerder trok de bijstand in en vorderde terug wegens niet gemelde inkomsten, waaronder een afkoopsom van een levensverzekering, bezit van motorvoertuigen, discrepanties tussen inkomsten en uitgaven, kasstortingen, en bijdragen van moeder en vriendin.
De rechtbank onderscheidt twee periodes: vóór 20 september 2007 en daarna. Voor de eerste periode oordeelt de rechtbank dat het vermoeden van een onbekende inkomstenbron onvoldoende is onderbouwd, maar dat niet gemelde bijdragen van moeder en vriendin en kasstortingen het recht op bijstand in diverse maanden onduidelijk maken. Voor de tweede periode is vastgesteld dat eiser door de afkoopsom en motorvoertuigen de vermogensgrens overschreed, waardoor het recht op bijstand terecht is ingetrokken.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het de intrekking en terugvordering over de gehele periode betreft en beperkt deze tot de vastgestelde maanden. Verweerder krijgt de gelegenheid het besluit te herstellen en het terugvorderingsbedrag opnieuw vast te stellen. Hoger beroep kan alleen samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt gedeeltelijk vernietigd en beperkt tot specifieke periodes; verweerder moet het besluit herstellen.