ECLI:NL:RBBRE:2004:AR5394
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Heuvel
- Kooijman
- Sutorius-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak arts wegens ontbreken opzet bij palliatieve medicatietoediening
Een arts werd vervolgd wegens moord en valsheid in geschrifte nadat hij aan een stervende patiënt met ernstige ademhalingsproblemen morfine en dormicum had toegediend. De patiënt was na een herseninfarct in een palliatieve fase en het beleid was abstinerend en gericht op pijnbestrijding. De officier van justitie stelde dat de arts met opzet de dood had veroorzaakt door een te hoge dosis toe te dienen.
De verdediging voerde aan dat de vervolging onterecht was, mede omdat een tuchtrechtelijke procedure liep en de officier van justitie onvoldoende zorgvuldig had gehandeld. De rechtbank oordeelde echter dat de vervolging ontvankelijk was en dat de beslissing tot vervolging redelijk was genomen.
Uit het onderzoek en getuigenverklaringen bleek dat de toegediende medicatie paste binnen het palliatieve beleid en dat er geen sprake was van excessieve dosering of opzet op de dood. De rechtbank stelde dat het niet bewezen was dat de arts voorwaardelijk opzet had op het overlijden, mede gezien de medische rapportages en de omstandigheden van de patiënt.
Ook de beschuldiging van valsheid in geschrifte werd verworpen omdat het niet aannemelijk was dat de arts bewust medicatie had verzwegen op de medicatielijst. De arts werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: De arts is vrijgesproken wegens ontbreken van bewezen opzet op de dood van de patiënt en valsheid in geschrifte.