ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ6079
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Kromhout
- J.J.J. Engel
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing uitgesteld bonussalaris werknemer zonder DGA-status
Belanghebbende, een Amerikaanse werknemer uitgezonden naar Nederland, maakte gebruik van een Executive Deferred Compensation Plan waarbij hij een deel van zijn bonussalaris kon uitstellen en laten storten in een trust. In 2001 werd een bonus vastgesteld en een bedrag van € 357.029 werd naar de trust overgemaakt. De inspecteur belastte dit bedrag in 2001, terwijl belanghebbende dit buiten beschouwing liet.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet de status van directeur-grootaandeelhouder (DGA) had, maar wel feitelijk zelf kon bepalen wanneer hij zijn bonussalaris zou ontvangen. De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat de fiscale regels omtrent uitgesteld loon primair bedoeld zijn voor DGA’s, maar dat werknemers die zelf het tijdstip van loonontvangst bepalen, vergelijkbaar behandeld moeten worden.
De rechtbank concludeerde dat het uitgestelde salaris geacht moet worden genoten in 2001, het jaar waarin het bonussalaris werd toegekend, ondanks het feit dat de uitbetaling pas bij het einde van het dienstverband zou plaatsvinden. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het uitgestelde bonussalaris wordt in 2001 belast.