ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0275
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.J.M. van Kempen
- W. Brouwer
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over beloning Amerikaanse bestuurder in Nederland en toepassing belastingverdrag
Belanghebbende, een Amerikaanse staatsburger, was van 2004 tot eind 2005 uitgezonden naar de Nederlandse dochtermaatschappij van zijn Amerikaanse werkgever, waar hij formeel als onbezoldigd bestuurder was aangesteld. De kern van het geschil betrof de vraag of hij zijn beloning als bestuurder of werknemer genoot, de wijze van allocatie van het netto loon en het belastingsmoment van een uitgestelde bonus.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende formeel bestuurder was en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn beloning als werknemer ontving. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en de VS en het besluit van de staatssecretaris werd hij als buitenlands belastingplichtige beschouwd, waardoor het netto loon eerst met toepassing van een dagenbreuk moest worden gealloceerd voordat het werd gebruteerd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de MIP- en LTIP-bonussen pas in 2005 onvoorwaardelijk waren toegekend, ondanks dat belanghebbende in 2003 had gekozen voor uitstel van betaling. De inspecteur werd veroordeeld de aanslag te verminderen conform deze bevindingen en werd in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag wordt verminderd met toepassing van de juiste dagenbreuk en brutering volgens het belastingverdrag.