ECLI:NL:RBBRE:2006:BI3635
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde recreatiewoning met gebruiksbeperkingen en vergelijkbaarheid referentieobjecten
Belanghebbende betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn recreatiewoning, gelegen in een recreatiepark met verplichte verhuur en beperkte gebruiksmogelijkheden, en stelt een lagere waarde van €70.000 voor. Verweerder handhaaft de waarde van €132.682, gebaseerd op een taxatierapport en vergelijkingsmethode met referentieobjecten.
De rechtbank oordeelt dat de Wet WOZ de waarde in het economische verkeer bepaalt, waarbij gebruiksbeperkingen door privaatrechtelijke overeenkomsten niet tot waardedruk leiden. De vergelijkingsmethode is passend, maar de gehanteerde referentieobjecten zijn onvoldoende vergelijkbaar vanwege verschillen in ligging en het gedogen van permanente bewoning, wat de waarde aanzienlijk beïnvloedt.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat slechts één geval van onjuiste waardering is vastgesteld, onvoldoende voor de meerderheidsregel. De rechtbank acht de verkoopprijzen van executieobjecten niet representatief voor de waardepeildatum. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs van partijen stelt de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €105.000 en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de recreatiewoning wordt vastgesteld op €105.000.