ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2288
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt ondernemerschap stille maatschap en wijst fraus legis beroep af
Belanghebbende en zijn partner startten op 1 mei 2000 een onderneming in de vorm van een stille maatschap met een BV. De inspecteur betwistte het ondernemerschap van belanghebbende en de toepassing van willekeurige afschrijving op een pand. De rechtbank acht aannemelijk dat de maatschapovereenkomst op 1 mei 2000 tot stand is gekomen en bevestigt het ondernemerschap van belanghebbende via deze stille maatschap.
De rechtbank verwerpt het betoog van de inspecteur dat de maatschap niet duurzaam zou zijn en dat er geen sprake zou zijn van ondernemerschap. Ook het beroep op fraus legis wordt afgewezen omdat de belastingbesparing door willekeurige afschrijving slechts is uitgesteld door de aankoop van een lijfrente en de wetgever geen beperking stelt aan de duur van de onderneming voor toepassing van de franchise bij stakingswinst.
De rechtbank vermindert de aanslag tot nihil belastbaar inkomen en stelt het verrekenbare verlies vast op ƒ 79.437. Tevens veroordeelt zij de inspecteur in de proceskosten en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het ondernemerschap via de stille maatschap en wijst het beroep op fraus legis af, waardoor de aanslag wordt verminderd tot nihil belastbaar inkomen.