ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8415
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Premie volksverzekeringen verschuldigd over fictief loon directeur-grootaandeelhouder woonachtig in België
Belanghebbende, woonachtig in België en directeur-grootaandeelhouder van vennootschappen in meerdere landen, ontving geen salaris voor zijn werkzaamheden. De inspecteur legde hem een aanslag premie volksverzekeringen op gebaseerd op fictief loon volgens artikel 12a Wet LB. De bevoegde sociale zekerheidsinstanties in België en Nederland kwalificeerden zijn werkzaamheden respectievelijk als zelfstandige en als werknemer, terwijl Duitsland en het Verenigd Koninkrijk geen kwalificatie gaven.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse inspecteur terecht premie volksverzekeringen heeft geheven, omdat op grond van artikel 14 quater Pro, onderdeel b, en bijlage VII van Verordening 1408/71, Nederland bevoegd is premies te heffen over de in Nederland in loondienst verrichte werkzaamheden. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie dat nationale rechters de kwalificatie van werkzaamheden door bevoegde organen niet zelfstandig mogen toetsen.
Belanghebbende betwistte de aanslag, stellende dat de kwalificatie van zijn werkzaamheden in Nederland en het Verenigd Koninkrijk als werknemer en in België en Duitsland als zelfstandige betekent dat Nederland niet bevoegd is premie te heffen. De rechtbank verwierp dit verweer en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag premie volksverzekeringen is ongegrond verklaard.