ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8422
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Premie volksverzekeringen verschuldigd over fictief loon directeur-grootaandeelhouder met werkzaamheden in meerdere lidstaten
Belanghebbende, woonachtig in België en directeur-grootaandeelhouder van vennootschappen in meerdere landen, ontving geen salaris maar werd door de inspecteur aangeslagen voor premie volksverzekeringen over fictief loon in Nederland. De bevoegde sociale zekerheidsinstanties in België kwalificeerden zijn werkzaamheden als zelfstandige, terwijl de Nederlandse instanties deze als loondienst aanmerkten. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kwalificeerden de werkzaamheden niet.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse belastingrechter de kwalificatie van werkzaamheden door buitenlandse bevoegde organen niet mag toetsen, conform arresten van het Hof van Justitie. Op basis van artikel 14 quater Pro, onderdeel b, en bijlage VII van Verordening 1408/71 is Nederland bevoegd premie volksverzekeringen te heffen over de werkzaamheden in Nederland die in loondienst zijn verricht.
Belanghebbende betoogde dat de aanslag niet terecht is, omdat de kwalificatie van werkzaamheden in verschillende lidstaten uiteenloopt, maar de rechtbank volgt de inspecteur en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag premie volksverzekeringen blijft gehandhaafd, waarbij het premie-inkomen is vastgesteld op het maximale bedrag. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag premie volksverzekeringen over het fictief loon.