ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0574
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- D. Hund
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende heeft recht op stakingslijfrenteaftrek bij overdracht onderneming aan BV
Belanghebbende exploiteerde een eenmanszaak en droeg deze per 1 mei 1998 over aan een besloten vennootschap (BV). De rechtbank stelde vast dat de overdracht daadwerkelijk op die datum plaatsvond, ondanks dat de inspecteur dit betwistte. Vervolgens sloot belanghebbende op 4 november 1998 een lijfrenteovereenkomst met de BV.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op een stakingslijfrenteaftrek van ƒ 377.459, waarbij relevant was of bij het sluiten van de lijfrenteovereenkomst al vaststond dat de sub-distributieovereenkomst binnenkort zou worden beëindigd. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was; de beëindiging werd pas medio 1999 definitief.
Verder stelde de rechtbank vast dat de BV na beëindiging van de sub-distributieovereenkomst haar bedrijfsactiviteiten voortzette, maar dat er sprake was van staking van een zelfstandig onderdeel van de onderneming. Op grond hiervan en de omstandigheden achtte de rechtbank de aftrek van de stakingslijfrente gerechtvaardigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak op bezwaar, stelde het belastbaar inkomen vast op € 885.790,33 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op stakingslijfrenteaftrek omdat bij het sluiten van de lijfrenteovereenkomst nog niet vaststond dat de sub-distributieovereenkomst zou worden beëindigd.