ECLI:NL:RBBRE:2008:BE8887
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Berekening overdrachtsbelasting bij inbreng economische eigendom in commanditaire vennootschap
Belanghebbende, commanditair vennoot in een commanditaire vennootschap (CV), bracht economische eigendom van een onroerende zaak in, waarbij de beherend vennoot het pand inbracht onder voorbehoud van stille reserves. De kern van het geschil betrof de vraag of de overdrachtsbelasting berekend moest worden over de waarde van het verkregen aandeel in de economische eigendom of over de volledige waarde van het onroerend goed.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende en de andere commanditaire vennoten slechts een onverdeeld aandeel in de economische eigendom verkregen, beperkt door het voorbehoud van stille reserves. Daarom is het niet passend om de overdrachtsbelasting te baseren op de volledige marktwaarde van het pand. De rechtbank nam als uitgangspunt de waarde van het aandeel in de economische eigendom, berekend op basis van de waarde per 1 januari 2007.
Verder werd de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting verminderd tot € 2.000 en de opgelegde boete tot € 200, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van afwezigheid van alle schuld. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak stond hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en boete werden verminderd en de overdrachtsbelasting berekend over het verkregen aandeel in de economische eigendom.