ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ7857
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- A.A. den Hartog
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Beoordeling deelnemingsvrijstelling en zakelijkheid overdracht vordering failliete BV
Een aantal aandeelhouders van een failliete BV heeft met toestemming van de curator een vordering van die BV overgenomen voor een symbolisch bedrag van ƒ 1. Na incasso van de vordering werd een aanzienlijk bedrag ontvangen. Belanghebbende stelde dat de winst op de vordering onder de deelnemingsvrijstelling viel, terwijl de inspecteur dit betwistte.
De rechtbank stelde vast dat alleen sprake is van een winstuitdeling indien sprake is van een bewuste vermogensverschuiving van de vennootschap naar de aandeelhouder als zodanig. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de overdracht was bedoeld om haar als aandeelhouder te bevoordelen. De verkoopprijs van ƒ 1 werd als zakelijk beoordeeld, mede omdat het op het moment van verkoop niet voorzienbaar was dat de vordering een positief saldo zou opleveren.
Verder oordeelde de rechtbank dat de gemaakte incassokosten reeds in mindering waren gebracht op de fiscale winst en dat de aanslag vennootschapsbelasting terecht was vastgesteld. Het beroep van belanghebbende werd dan ook ongegrond verklaard.
De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting gehandhaafd.