ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1997
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dubbele belastingheffing bij verkrijging aandelen onroerendezaaklichaam uit nalatenschap
De zaak betreft een geschil over de heffing van successierecht op aandelen in een onroerendezaaklichaam, verkregen uit de nalatenschap van een erflater die woonde in België maar volgens de Nederlandse Successiewet fictief inwoner was van Nederland. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag successierecht opgelegd door de Nederlandse inspecteur, waarbij geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting werd verleend.
De rechtbank behandelde de vraag of de Nederlandse regeling, die aandelen in een onroerendezaaklichaam als situsgoederen belastbaar stelt en geen aftrek verleent bij fictieve woonplaats, in strijd is met het gemeenschapsrecht, met name de artikelen 18, 39, 43 en 56 van het EG-verdrag. De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waaronder het arrest Block, waarin wordt vastgesteld dat lidstaten bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht een zekere autonomie hebben bij het voorkomen van dubbele belasting.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse wetgeving niet in strijd is met het gemeenschapsrecht, ook niet omdat andere lidstaten de aandelen als roerend vermogen aanmerken. De woonplaatsfictie en de classificatie van aandelen als onroerend zijn toegestaan, en het ontbreken van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is gerechtvaardigd. Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard, de aanslag wordt verminderd tot € 166.322, en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat de Nederlandse successieregeling voor onroerendezaaklichamen binnen de grenzen van het gemeenschapsrecht valt en dat dubbele belastingheffing in dit kader niet onrechtmatig is. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt verminderd tot € 166.322 en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.