ECLI:NL:RBBRE:2010:BM2015
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelastingvrijstelling afgewezen voor diagnostische zorgvennootschap
Belanghebbende, een besloten vennootschap die diagnostische faciliteiten voor eerstelijns- en transmurale zorg aanbiedt, stelde zich vrijgesteld van vennootschapsbelasting op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet VPB. De inspecteur betwistte dit en legde een aanslag vennootschapsbelasting op.
De rechtbank beoordeelde of belanghebbende voldeed aan de voorwaarden van het Uitvoeringsbesluit VPB, die bepalen dat de winst uitsluitend mag worden aangewend ten bate van een vrijgesteld lichaam of algemeen maatschappelijk belang. Uit de statuten bleek dat belanghebbende ook niet-zorgactiviteiten kan verrichten en dat de winst ter vrije beschikking staat van de algemene vergadering, waardoor uitkeringen aan andere doeleinden mogelijk zijn.
De rechtbank stelde vast dat de statutaire bepalingen doorslaggevend zijn en dat het feit dat belanghebbende de facto uitsluitend zorgactiviteiten verricht niet relevant is. Hierdoor voldoet belanghebbende niet aan de voorwaarden voor vrijstelling en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en wees partijen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat niet aan de voorwaarden voor vrijstelling van vennootschapsbelasting wordt voldaan.