ECLI:NL:RBBRE:2010:BN7865
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag en boete wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag vermogensbelasting over 1996 wegens het niet opgeven van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg. De inspecteur baseerde zich op gegevens verkregen via de Belgische autoriteiten, die op rechtmatige wijze waren verkregen tijdens een huiszoeking in een garagebox die werd gebruikt door een criminele bende.
De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende daadwerkelijk rekeninghouder was van de buitenlandse bankrekening en dat aanzienlijke bedragen niet in de aangifte waren vermeld. De verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar werd terecht toegepast, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De bewijslast werd omgekeerd en verzwaard, waarbij belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag onjuist is.
De rechtbank oordeelt dat het bewijs rechtmatig is verkregen en dat de inspecteur alle relevante stukken heeft overgelegd, waarbij anonimiseren van persoonsgegevens gerechtvaardigd was. De schatting van het belastbare vermogen is redelijk en de verhoging van 100% boete is passend, hoewel deze met 25% is gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De heffingsrente is correct berekend. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond voor de navorderingsaanslag en vernietigt de uitspraak op bezwaar voor de boete, waarbij de boete wordt verminderd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en 100% boete zijn terecht opgelegd, met matiging van de boete wegens undue delay.