ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5365
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Keuze binnenlandse belastingplicht en aftrek hypotheekrente bij buitenlands inkomen
Belanghebbende, een Duitse staatsburger die tot maart 2005 in Duitsland woonde en nagenoeg geheel in Nederland zijn inkomen verdiende, koos voor binnenlandse belastingplicht in de jaren 2003 tot en met 2005. Na beëindiging van zijn werkzaamheden in Nederland verhuisde hij naar de Verenigde Staten en verdiende daar inkomen. De kern van het geschil betrof de vraag of het Amerikaanse inkomen in 2005 als wereldinkomen meegeteld mocht worden bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en of de inhaalregeling toegepast mocht worden op de hypotheekrenteaftrek uit 2003 en 2004.
De rechtbank stelde vast dat de keuze voor binnenlandse belastingplicht steeds geldt voor het gehele kalenderjaar en dat de hypotheekrenteaftrek voor de Duitse woning in 2005 moet worden gesaldeerd met het Amerikaanse inkomen. De toepassing van de inhaalregeling zoals door de inspecteur toegepast, waarbij de overall-methode werd gehanteerd, was echter in strijd met het Europese recht omdat dit leidde tot een zwaardere belastingdruk voor belanghebbende dan voor vergelijkbare binnenlandse belastingplichtigen. Daarom werd de inhaalregeling buiten toepassing gelaten.
Verder oordeelde de rechtbank dat belanghebbende, indien hij afziet van de keuze voor binnenlandse belastingplicht, recht heeft op aftrek van de hypotheekrente voor de periode dat hij in Nederland werkte. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, matigde de aanslag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak bevatte tevens een verwijzing naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad over discriminatie en het vrije verkeer van werknemers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €250.863 met aftrek van hypotheekrente.