ECLI:NL:PHR:2013:BZ6237
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek negatieve eigenwoningsaldo voor buitenlandse woning bij tijdelijke werkstaatbelastingplicht
Belanghebbende, met Duitse nationaliteit, werkte in 2005 drie maanden in Nederland en woonde toen in Duitsland. Daarna emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Hij bezat een eigen woning in Duitsland waarvoor hij hypotheekrente betaalde. De vraag was of hij in Nederland het negatieve eigenwoningsaldo van die Duitse woning mocht aftrekken van zijn belastbare inkomen, ook zonder te kiezen voor binnenlandse belastingplicht volgens artikel 2.5 Wet IB 2001.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat belanghebbende gelijkgesteld moet worden met een inwoner van Nederland die na emigratie naar de VS zijn belastingplicht in Nederland beëindigt, en dat hij recht heeft op aftrek van het negatieve eigenwoningsaldo over de periode dat hij in Nederland werkte. De Staatssecretaris betoogde dat dit niet geldt zonder keuze voor binnenlandse belastingplicht, maar de Hoge Raad volgt de Europese jurisprudentie, met name de Schumacker- en Renneberg-arresten, die bepalen dat de werkstaat in zulke situaties rekening moet houden met de persoonlijke en gezinssituatie van de belastingplichtige.
De Hoge Raad bevestigt dat de aftrek door Nederland moet worden verleend over de periode van dubbele belastingplicht en dat de keuze voor binnenlandse belastingplicht niet vereist is om dit recht te verkrijgen. De zaak wordt doorverwezen voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie om verdere verduidelijking van de Europese rechtsregels te verkrijgen.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op aftrek van het negatieve eigenwoningsaldo van zijn Duitse woning in Nederland over de periode dat hij daar werkte, ook zonder keuze voor binnenlandse belastingplicht.