ECLI:NL:RBBRE:2011:BV1371
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over FPU-pensioenuitkering bij woonplaats in Thailand
Belanghebbende, woonachtig in Thailand, ontving een FPU-pensioenuitkering van de Stichting Pensioenfonds ABP over een dienstverband bij de Rijksuniversiteit [X]. De inspecteur legde een aanslag op nihil op, zonder rekening te houden met ingehouden loonheffing. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag.
De kern van het geschil betrof de vraag welk land het heffingsrecht over de pensioenuitkering toekomt op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand. De rechtbank oordeelde dat het pensioen deels is opgebouwd in overheidsdienst (tot 1992) en deels in privaatrechtelijke dienst, waardoor Nederland op grond van artikel 19 van Pro het verdrag 24/34e deel van de uitkering mag belasten en Thailand de overige 10/34e deel.
Verder stelde de rechtbank vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de ingehouden loonheffing was vermeld in de aangifte, waardoor de aanslag terecht werd vastgesteld zonder verrekening. Ook was er geen sprake van een verkapte navordering.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van €18.057 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van €483 en het griffierecht van €41.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2005 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €18.057 met gedeeltelijke toewijzing van het heffingsrecht aan Nederland.