ECLI:NL:GHSHE:2011:BV6192
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- A.J. van Soelen
- Rechtspraak.nl
Heffingsbevoegdheid Nederland over FPU-uitkeringen van voormalig RUG-medewerker woonachtig in Thailand
Belanghebbende, voormalig medewerker van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), woont sinds 2000 in Thailand en ontvangt sinds 2002 FPU-uitkeringen via het ABP. De kern van het geschil is of Nederland het heffingsrecht heeft over deze uitkeringen volgens het belastingverdrag met Thailand, en of de inspecteur bevoegd is om het belastbaar inkomen bij uitspraak op bezwaar te verhogen.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd. De inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het hof oordeelt dat de RUG na de inwerkingtreding van de WHW nog steeds een publiekrechtelijke instelling is en dat belanghebbende in een publiekrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was. Hierdoor is artikel 19 van Pro het belastingverdrag van toepassing, waardoor Nederland het heffingsrecht toekomt.
Verder oordeelt het hof dat de inspecteur bij uitspraak op bezwaar elementen van de aanslag mag wijzigen, mits het netto aanslagbedrag niet hoger wordt vastgesteld. Het hoger beroep van de inspecteur wordt gegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van belanghebbende ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en bevestigt dat Nederland heffingsbevoegd is over de FPU-uitkeringen van belanghebbende.