ECLI:NL:RBBRE:2011:BX1337
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing ruilarresten en geen herinvesteringsreserve bij wijziging aandeelhouderschap
Belanghebbende, een BV met een portefeuille van winkel- en woonpanden, verkocht deze panden aan haar voormalige aandeelhouders en kocht vervolgens een kantoorpand via een nieuwe aandeelhouder. De rechtbank concludeert dat er geen samenhangend plan was om de panden te vervangen door het kantoorpand, maar twee losstaande plannen die gecombineerd werden. Hierdoor zijn de ruilarresten niet van toepassing.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het kantoorpand economisch en functioneel een andere plaats inneemt in het vermogen van belanghebbende dan de verkochte panden, mede door het verschil in risicospreiding en huurdersaantal. Hierdoor kan geen boekwinst worden afgeboekt op de koopsom van het kantoorpand.
Voorts staat artikel 15e van de Wet Vpb, dat ziet op belangrijke wijzigingen in het uiteindelijke belang van de belastingplichtige, de vorming van een herinvesteringsreserve in de weg. De verkoop van de panden vond plaats onder het oorspronkelijke aandeelhouderschap, terwijl de aankoop van het kantoorpand onder het gewijzigde aandeelhouderschap plaatsvond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; geen toepassing ruilarresten en geen herinvesteringsreserve.