ECLI:NL:RBDHA:2013:11782
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens medische redenen
Verzoeker, een Guinese vreemdeling, heeft een aanvraag gedaan om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat uitzetting kan voorkomen bij medische noodzaak. Deze aanvraag werd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte en beroep instelde. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep was beslist.
De voorzieningenrechter beoordeelde of de staatssecretaris aan zijn vergewisplicht had voldaan en of de medische zorg in Guinee voldoende was geregeld. Uit het advies van het Bureau Medische Advisering bleek dat verzoeker medisch in staat was te reizen mits onder toezicht en dat adequate medische en psychiatrische zorg in Guinee beschikbaar was, inclusief medicatie en nazorg.
Verzoekers bezwaren over inconsistenties in het medisch advies en de veiligheid van de behandelomgeving werden door de voorzieningenrechter niet gevolgd, mede omdat het asielrelaas van verzoeker als ongeloofwaardig was beoordeeld. De fysieke overdracht en reisvoorwaarden waren concreet geregeld, en de uitzetting zou pas doorgaan als verzoeker geschikt werd bevonden om te reizen.
Gelet op deze omstandigheden en de zorgvuldige totstandkoming van het besluit, wees de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens medische redenen wordt afgewezen.