ECLI:NL:RBDHA:2013:19644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Klomp
- A. van ’t Laar
- A.P. Hameete
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en schending gelijkheidsbeginsel
Eiser, voormalig officier bij de Afghaanse inlichtingendienst KhAD/WAD, kreeg zijn verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde en onbepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij zou hebben deelgenomen aan ernstige mensenrechtenschendingen. Verweerder baseerde dit op een ambtsbericht dat stelt dat alle (onder)officieren van KhAD/WAD persoonlijk betrokken waren bij foltering en executies.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij geen onjuiste gegevens heeft verstrekt, dat het ambtsbericht onbetrouwbaar is en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Ook stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat anderen in vergelijkbare situaties niet werden getroffen door intrekking. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op artikel 1F mocht beroepen, maar dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing zou zijn.
Verder faalden de beroepen van eiser op artikel 3 en Pro 8 EVRM, het vertrouwensbeginsel en de verjaring. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, oordeelde dat het terugkeerbesluit en inreisverbod niet langer standhouden en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunningen wordt vernietigd.