ECLI:NL:RVS:2012:BV7852
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over individuele beoordeling bij uitsluiting vluchtelingenstatus wegens betrokkenheid Hezb-i-Wahdat
De zaak betreft het hoger beroep van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De minister had op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en artikel 12 van Pro de Richtlijn 2004/83/EG de vreemdeling uitgesloten van de vluchtelingenstatus vanwege vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen binnen de gewelddadige organisatie Hezb-i-Wahdat.
De minister baseerde zijn beleid op een ambtsbericht waarin hoge officieren van Hezb-i-Wahdat werden aangemerkt als verantwoordelijk voor ernstige mensenrechtenschendingen. De rechtbank oordeelde echter dat de minister niet voldeed aan de vereiste individuele beoordeling van de specifieke feiten en omstandigheden van de vreemdeling, en dat de omkering van de bewijslast onterecht was toegepast.
De Raad van State bevestigt dat het beleid om personen met bepaalde functies binnen Hezb-i-Wahdat aan te merken als persoonlijk en bewust deelnemend aan misdrijven verenigbaar is met de richtlijn, mits een individuele beoordeling plaatsvindt. In dit geval heeft de minister echter niet gesteld dat de vreemdeling leidinggevende was van een militie, zoals vereist om verantwoordelijkheid aan te nemen. Daarom is het besluit onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbeterde motivering. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.