ECLI:NL:RBDHA:2013:19760
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegekend voor opvang en verstrekkingen aan kwetsbare vreemdeling
Verzoekster, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf en met ernstige psychische klachten, verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om opvang en verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) of de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). Verweerder weigerde deze verzoeken omdat verzoekster niet tot de categorieën asielzoekers behoort die recht hebben op opvang volgens de Rva, mede omdat haar asielprocedure was beëindigd en zij geen rechtmatig verblijf heeft.
Verzoekster stelde dat zij vanwege haar ernstige psychische problematiek en medische situatie niet op straat kan verblijven en verwees naar artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank constateerde dat de IND nog niet definitief had beslist over haar bezwaar tegen de toepassing van artikel 64 Vw Pro 2000, maar dat verzoekster wel een spoedeisend belang had omdat haar verblijf bij het Medisch Opvangproject voor Ongedocumenteerden (MOO) per 31 mei 2013 werd beëindigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet behoort tot de categorieën die recht hebben op opvang volgens de Rva, maar dat verweerder onder zeer bijzondere omstandigheden, zoals een acute medische noodsituatie, toch opvang kan verlenen. Gezien de medische adviezen en de ernst van de situatie achtte de rechter het belang van verzoekster zwaarder wegen dan dat van verweerder en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Verweerder werd veroordeeld tot het verlenen van verstrekkingen op grond van de Rva totdat op het beroep in de hoofdzaak is beslist. Het verzoek om voorlopige voorziening in de andere procedure werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en beveelt het COa verstrekkingen te verlenen aan verzoekster totdat op het beroep in de hoofdzaak is beslist.