ECLI:NL:RVS:2007:BA7789
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing voortzetting verstrekkingen op grond van analoge toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft een hoger beroep van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van het COA tot afwijzing van een aanvraag tot voortzetting van verstrekkingen aan een vreemdeling op grond van een situatie analoog aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vernietigde.
De vreemdeling had op 24 maart 2006 een aanvraag ingediend bij de minister om vast te stellen dat sprake was van een situatie analoog aan artikel 64 Vw Pro 2000, waarbij uitzetting achterwege blijft vanwege medische redenen. Het COA had op 13 april 2006 de aanvraag tot voortzetting van verstrekkingen afgewezen, terwijl de minister nog geen besluit had genomen op de aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat het COA onzorgvuldig had gehandeld door het ministeriële besluit niet af te wachten of te bespoedigen en vernietigde het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat het recht op opvangvoorzieningen pas ontstaat nadat de minister een besluit heeft genomen en dat het COA niet verplicht was te wachten op het ministeriële besluit of zelf in diens beoordeling te treden.
Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het COA-besluit ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van het COA wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.