ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning asiel wegens reëel risico op schending artikel 3 EVRM voor Oeigoerse vrouw
Eiseres, een Oeigoerse vrouw afkomstig uit Xinjiang, China, werd de verblijfsvergunning asiel geweigerd omdat haar individuele asielrelaas ongeloofwaardig werd geacht. De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van haar verklaringen over haar vader en de gebeurtenissen in China.
Desondanks acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres door haar huwelijk met een politiek actieve Oeigoerse man, haar eigen deelname aan demonstraties en haar langdurige verblijf in Nederland in de bijzondere belangstelling staat van de Chinese autoriteiten. Dit brengt een reëel risico met zich mee op een behandeling die verboden is volgens artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank baseert zich hierbij op diverse rapporten, waaronder het thematisch ambtsbericht Xinjiang, het jaarverslag van de AIVD en brieven van Amnesty International, die bevestigen dat Oeigoeren in het buitenland nauwlettend worden gevolgd en bij terugkeer ernstige mensenrechtenschendingen kunnen ondervinden.
Op grond van deze feiten vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.