ECLI:NL:RVS:2012:BX8730
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Oeigoerse vreemdeling
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 4 juni 2012 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De voorzieningenrechter heeft dit besluit op 19 juni 2012 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de minister in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht bezit. Dit vanwege tegenstrijdige verklaringen over het tweetalige onderwijs, de functie van een collega en de vrijlating uit detentie. De voorzieningenrechter heeft dit onvoldoende onderkend.
Verder concludeert de Raad dat de brief van Amnesty International van 28 maart 2012 geen wezenlijk andere informatie bevat dan eerder betrokken documenten, waardoor het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar China niet anders beoordeeld hoeft te worden.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.