ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. Groeneveld-Stubbe
- W.A.G.J. Ferenschild
- I. Brand
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat en piloten voor schade door ongeval Apache-helikopter en stroomstoring
Op 12 december 2007 veroorzaakten piloten [A] en [B], in dienst van het Ministerie van Defensie, een ongeval met een Apache-helikopter door het raken van hoogspanningsleidingen, wat leidde tot een stroomstoring voor circa 50.000 huishoudens. Vier gemeenten maakten kosten voor de bestrijding van de gevolgen en vorderden schadevergoeding van de Staat en de piloten op grond van onrechtmatige daad en werkgeversaansprakelijkheid.
De Staat erkende het onrechtmatig handelen, maar betwistte de omvang van de vergoedingsplicht en stelde dat kosten van rampbestrijding niet privaatrechtelijk verhaald kunnen worden vanwege de doorkruisingsleer, gezien de publiekrechtelijke regeling in de Wet rampen en zware ongevallen (Wrzo) en het Besluit rijksbijdragen bijstands- en bestrijdingskosten (Brbb).
De rechtbank bevestigde dat kosten van rampbestrijding onder een uitputtende publiekrechtelijke regeling vallen en niet privaatrechtelijk kunnen worden verhaald. De overige kosten, zoals uitval reguliere loonkosten, inzet extra arbeidsuren en kosten van voorlichtingsbijeenkomsten, komen wel voor vergoeding in aanmerking, mits onderbouwd. De rechtbank veroordeelde de Staat hoofdelijk tot vergoeding van deze overige kosten, met een verwijzing naar een schadestaatprocedure voor de exacte vaststelling.
Proceskosten werden grotendeels aan de Staat toegewezen. De subsidiaire vordering van de gemeenten op basis van het egalitébeginsel werd afgewezen. De piloten zijn strafrechtelijk veroordeeld voor het ongeval, waarbij het arrest tegen [B] onherroepelijk is en [A] cassatieberoep heeft ingesteld.
Uitkomst: De Staat wordt hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van overige kosten, niet zijnde kosten van rampbestrijding, voortvloeiend uit het helikopterongeval.