ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6358
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag vanwege niet-heroverweging primaire besluit en toekenning schadevergoeding redelijke termijn
Eiser diende op 3 januari 2001 een asielaanvraag in die bij besluit van 16 mei 2007 werd afgewezen en waarbij hij tevens ongewenst werd verklaard. Na opheffing van de ongewenstverklaring op 24 november 2010 kreeg eiser belang bij toetsing van het primaire besluit. Verweerder had het besluit van 16 mei 2007 moeten heroverwegen bij de aanvraag van 15 september 2011, maar dit is niet gebeurd, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.
Daarnaast vorderde eiser schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de asielprocedure en de ongewenstverklaring. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn is overschreden en verweerder aansprakelijk is voor een bedrag van €4.500,-. Vergoeding van overige materiële en immateriële schade werd afgewezen wegens het ontbreken van het relativiteitsvereiste.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit binnen zes weken en tot betaling van proceskosten. Het beroep tegen het besluit op schadevergoeding werd ongegrond verklaard, behalve voor het toegekende bedrag wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen; schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegekend.