ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en ongewenstverklaring wegens betrokkenheid KhAD/WAD en beoordeling artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die op 24 mei 2007 werd afgewezen en werd tevens ongewenst verklaard. Tegen beide besluiten werden beroepen en bezwaren ingesteld. De bezwaarbeslissing inzake de ongewenstverklaring werd in 2012 ingetrokken, waarna verweerder voornemens is een inreisverbod op te leggen. De rechtbank oordeelt dat eiser ondanks de ongewenstverklaring belang heeft bij beoordeling van het beroep tegen de asielafwijzing, omdat het terugkeerbesluit daarin is opgenomen en dit de grondslag vormt voor het inreisverbod.
Verweerder baseerde de afwijzing op artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag vanwege eisers werkzaamheden als officier bij de Afghaanse veiligheidsdiensten KhAD/WAD, die betrokken waren bij ernstige mensenrechtenschendingen. Eiser voerde aan dat het algemeen ambtsbericht onvolledig en onjuist is en dat verweerder onvoldoende individuele toets heeft toegepast. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht een individuele toets heeft toegepast en dat het beleid en de bewijslastverdeling in overeenstemming zijn met het arrest B. en D. van het Hof van Justitie EU.
Ten aanzien van het beroep op artikel 3 EVRM Pro over het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer, concludeert de rechtbank dat eiser onvoldoende concrete feiten heeft aangevoerd om een reëel risico aannemelijk te maken. De vrees voor eerwraak en vervolging wegens zijn verleden bij KhAD/WAD en DVPA wordt niet bevestigd door recente ambtsberichten en is onvoldoende onderbouwd. Het beroep tegen de asielafwijzing wordt daarom ongegrond verklaard. Het beroep tegen de ongewenstverklaring is niet-ontvankelijk vanwege het ingetrokken bezwaarbesluit en het ontbreken van belang.
Tot slot wordt het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen voor nader onderzoek, waarbij het onderzoek wordt heropend onder een nieuw registratienummer. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de ongewenstverklaring niet-ontvankelijk.