ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering borgtocht bij faillissement en opheffing vennootschap
De bank heeft een borgtochtsovereenkomst met [gedaagde] gesloten voor een financiering aan Horeca Concept Building B.V., die in 2005 failliet ging en in 2006 werd opgeheven wegens gebrek aan baten. De bank vordert betaling van de borgsom van ruim €100.000,- van [gedaagde].
[gedaagde] voert verweer dat de vordering verjaard is omdat meer dan vijf jaar zijn verstreken sinds de vordering opeisbaar werd. De rechtbank overweegt dat de vordering op de hoofdschuldenaar niet verjaart zolang de vennootschap kan herleven, zoals bepaald in artikel 2:23c lid 2 BW. Deze mogelijkheid tot herleving is niet tijdsbeperkt, waardoor de verjaringstermijn wordt verlengd.
De rechtbank stelt dat de vordering op de hoofdschuldenaar daardoor nog niet verjaard is en dat dit ook betekent dat de borgvordering niet teniet is gegaan. De bank stelt dat de verjaring van de borgvordering is gestuit door een brief uit 2008 en een erkenning in 2009, maar moet dit nog bewijzen. De zaak wordt verwezen naar de rol om de bank in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren over ontvangst van de brief en erkenning van de vordering.
De rechtbank bepaalt dat indien de bank getuigen wil horen, dit zal plaatsvinden op een nader te bepalen zitting. Partijen moeten tijdig bewijsstukken uitwisselen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na bewijslevering.
Uitkomst: De vordering op de hoofdschuldenaar is niet verjaard, waardoor ook de borgvordering niet teniet is gegaan; de bank krijgt gelegenheid bewijs te leveren over stuiting van de verjaring.