Eiseres, ontwikkelaar van een bouwplan voor acht eengezinswoningen in het centrum van Lisse, betwist de aan drie omwonenden toegekende tegemoetkoming in planschade. De rechtbank oordeelt dat de bouw als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd, waarmee rekening gehouden had kunnen worden, ondanks het ontbreken van concreet zicht op omvang, plaats en tijdstip.
De SAOZ adviseerde een vergoeding wegens waardevermindering van 4,5 tot 5%, maar de rechtbank stelt vast dat deze schade binnen het normaal maatschappelijk risico valt, zoals bedoeld in artikel 6.2 Wro. De rechtbank wijst erop dat het beleid van de gemeente en provincie gericht was op herontwikkeling en inbreiding, passend binnen de ruimtelijke structuur.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten tot tegemoetkoming. De verzoeken van de omwonenden worden afgewezen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.