ECLI:NL:RBDHA:2014:6257

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2014
Publicatiedatum
21 mei 2014
Zaaknummer
AWB-14_757
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensArt. 45 Burgerlijk Wetboek Boek 1Art. 82 Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging persoonsgegevens in de gemeentelijke basisadministratie

Eiser heeft verzocht om wijziging van zijn voor- en achternaam, geboortedatum en geboorteplaats in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op basis van gelegaliseerde documenten. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard, omdat eiser niet heeft aangetoond dat de geregistreerde gegevens onjuist zijn.

De rechtbank overweegt dat wijziging van eenmaal in de GBA geregistreerde gegevens alleen mogelijk is als onomstotelijk vaststaat dat deze feitelijk onjuist zijn. Eiser heeft gesteld dat hij destijds onjuiste gegevens heeft verstrekt om niet traceerbaar te zijn voor Algerijnse autoriteiten, maar dit vormt geen grond om de registratie als onjuist te beschouwen.

Ook het overleggen van nieuwe documenten en het voorstel tot vingerafdrukvergelijking overtuigt de rechtbank niet dat de gegevens onjuist zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het afwijzen van zijn verzoek tot wijziging van persoonsgegevens in de GBA wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 14/757

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2014 in de zaak tussen

[eiser], te [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. W.R.S. Ramhit),
en

het college van burgemeester en wethouders van [plaats], verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om aanpassing van zijn voor- en achternaam, geboortedatum en geboorteplaats in de gemeentelijke basisadministratie (de GBA) afgewezen.
Bij besluit van 18 december 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2014. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [vertegenwoordiger].

Overwegingen

1.
Eiser is op 11 december 1995 op basis van een door hem afgelegde zogeheten verklaring onder ede in de GBA van de gemeente [plaats] ingeschreven als [eiser], geboren op [datum 1] te [geboorteplaats], [geboorteland]. Op 8 augustus 2013 heeft eiser schriftelijk verzocht om deze persoonsgegevens te wijzigen in [naam], geboren op [datum 2] te [plaats en land]. Eiser heeft daarbij een gelegaliseerde geboorteakte en een gelegaliseerde akte van de [nationaliteit] nationaliteit overgelegd.
2.
Op grond van artikel 36, tweede lid, van de Wet GBA worden de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:
a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;
b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;
c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een akte van bekendheid of beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Pro Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;
e. een verklaring die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder ede of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.
Op grond van artikel 82, eerste lid, van de Wet GBA voldoet het college van burgemeester en wethouders binnen vier weken kosteloos aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisadministratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
3.
Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiser op 11 december 1995 onder ede heeft verklaard dat de door hem verstrekte gegevens juist zijn. Voorts had eiser in het kader van de RANOV-regeling de mogelijkheid om ten overstaan van de IND zijn juiste identiteit aan te tonen. Hiervan heeft hij geen gebruik gemaakt. Eiser heeft bij zijn verzoek om wijziging volgens verweerder niet aangetoond dat de persoonsgegevens uit de thans overgelegde originele gelegaliseerde aktes hem toebehoren.
4.
De rechtbank overweegt dat het betoog van eiser, dat de door hem overgelegde documenten de juiste persoonsgegevens aantonen en dat daarom de GBA aangepast dient te worden, faalt. Volgens vaste rechtspraak (zie bij voorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO7351) zal voor het wijzigen van eenmaal in de GBA geregistreerde gegevens, gelet op het systeem van de Wet GBA, onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn. Over de eerdere registratie van de beweerdelijke onjuiste gegevens heeft eiser gesteld dat hij de gegevens heeft verstrekt, omdat hij dacht dat hij daardoor niet traceerbaar zou zijn voor de autoriteiten van Algerije. Hierin ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat die registratie zonder meer niet juist is. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser met het overleggen van de nieuwe documenten niet heeft aangetoond dat hij dezelfde persoon is als die in de documenten staat genoemd. Eiser heeft voorts aangevoerd dat door vergelijking van vingerafdrukken kan worden aangetoond dat hij dezelfde persoon is als degene die in 1995 de onjuiste gegevens heeft doorgegeven. Een dergelijke test toont echter niet aan dat de nieuw overgelegde documenten betrekking hebben op de persoon van eiser. Zolang eiser dat niet heeft aangetoond, staat niet onomstotelijk vast dat de in de GBA met betrekking tot eiser geregistreerde gegevens onjuist zijn. Het beroep van eiser op de uitspraak van deze rechtbank van 25 september 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9700, kan niet slagen, nu het bestreden besluit in die zaak op een geheel andere motivering berustte dan het bestreden besluit in onderhavige zaak.
5.
Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.
6.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. de Graaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2014.
griffier rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.