Uitspraak
Rechtbank Den HAAG
1.Procedure
2.Feiten
3.Verzoek
4.Verweer
5.Beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van een farmaceutisch bedrijf om de arbeidsovereenkomst met een werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b juncto 7:669 lid 3 sub e BW, nadat de werknemer op staande voet was ontslagen wegens het verstrekken van onjuiste informatie over haar opleiding en werkervaring.
De werknemer had bij haar sollicitatie een cv overlegd met valse gegevens over haar opleiding en werkervaring, hetgeen pas in mei 2015 aan het licht kwam. De werkgever stelde dat hierdoor de vertrouwensrelatie onherstelbaar was beschadigd en dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld. De werknemer erkende de foutieve informatie maar betwistte dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet vormde.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek tot ontbinding niet onder het overgangsrecht viel en beoordeelde het verzoek op basis van het per 1 juli 2015 geldende recht. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer door het verstrekken van valse persoonsgegevens, opleiding en werkervaring het vertrouwen van de werkgever ernstig had geschaad. Ook was de werknemer niet in staat gebleken de functie adequaat te vervullen.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 september 2015 wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. Er werd geen billijke vergoeding toegekend en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 september 2015 wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.