ECLI:NL:RBDHA:2015:8788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over overgangsregeling kinderpardon wegens ondeugdelijke motivering toezichtperiode
Eisers, bestaande uit een gezin met minderjarige kinderen en grootouders, hebben beroep ingesteld tegen drie besluiten van de staatssecretaris die hun aanvragen voor verblijfsvergunningen op grond van de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen afwezen. De staatssecretaris motiveerde de afwijzing onder meer met het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en het feit dat eisers zich meer dan drie maanden aan het toezicht van de IND en andere instanties zouden hebben onttrokken.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris zijn standpunt baseerde op het feit dat de vorige verblijfsprocedure van de vader van het gezin op 27 oktober 2010 was geëindigd, waarna eisers uit beeld zouden zijn geraakt. Dit was volgens de rechtbank een ondeugdelijke motivering, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de uitleg van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de relevante periode van buiten beeld zijn onterecht had vervroegd en dat de belangen van de minderjarige kinderen onvoldoende waren meegewogen. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de bestreden besluiten vernietigd wegens ondeugdelijke motivering over de toezichtperiode.