ECLI:NL:RBDHA:2015:9483
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende nieuwe feiten en bekering niet overtuigend
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, heeft op 16 april 2012 een asielaanvraag ingediend die op 20 mei 2014 werd afgewezen. Deze afwijzing werd bevestigd door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op 13 juli 2015 diende eiser een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat zijn bekering tot het christendom was verdiept en geïntensiveerd.
De rechtbank beoordeelde dat de verklaringen en documenten, waaronder een doopakte en een brief van een kerkelijke gemeente, geen nieuwe feiten (nova) bevatten die het eerdere besluit konden wijzigen. De verklaringen waren onvoldoende concreet en overtuigend over het proces van bekering. Tevens werd het ne-bis-in-idem principe toegepast, waardoor een hernieuwde toetsing zonder nieuwe feiten niet mogelijk is.
De rechtbank onderzocht ook of bijzondere omstandigheden volgens het Bahaddar-arrest aanwezig waren die een uitzondering konden rechtvaardigen. De aangevoerde risico's bij terugkeer naar Afghanistan werden als onvoldoende onderbouwd beoordeeld en boden geen aanleiding tot een andere beoordeling.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werden geen proceskosten opgelegd en de uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos op 4 augustus 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.