ECLI:NL:RBDHA:2016:10531
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat inhoudelijke behandeling asielverzoek begon vóór Dublinclaim, waardoor overdracht aan Kroatië niet mogelijk is
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 21 januari 2016 een asielaanvraag in Nederland in. Zijn vingerafdrukken werden op dezelfde dag afgenomen en op 28 januari 2016 bleek uit Eurodac dat Kroatië verantwoordelijk was voor zijn asielaanvraag. Desondanks heeft de staatssecretaris de Dublinclaim pas op 8 februari 2016 gelegd, na het eerste en nader gehoor waarin het asielrelaas van eiser uitgebreid is behandeld.
De rechtbank stelt vast dat de inhoudelijke behandeling van het asielverzoek al was aangevangen voordat de Dublinclaim werd gelegd. Hierdoor is de staatssecretaris niet langer bevoegd om eiser over te dragen aan Kroatië. De rechtbank wijst erop dat technische fouten binnen de risicosfeer van de staatssecretaris blijven en dat de gevolgen daarvan niet op eiser mogen worden afgewenteld.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het oordeel in de hoofdzaak geen aanleiding geeft tot een andere beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Kroatië wordt vernietigd.