ECLI:NL:RBDHA:2016:16705
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet werknemer sociale werkvoorziening niet onverwijld gegeven
De werknemer, werkzaam bij Werkse!, een beschutte werkplaats van de gemeente Delft, werd op 1 oktober 2015 betrokken bij een incident waarbij hij een collega een schop en een klap gaf met letsel tot gevolg. Werkse! stelde de werknemer daarop op non-actief en bood hem later een vaststellingsovereenkomst aan, die werd afgewezen.
Op 4 februari 2016 zegde Werkse! de arbeidsovereenkomst op met een ontslag op staande voet, verwijzend naar het incident van 1 oktober 2015. De werknemer startte een procedure en verzocht om loondoorbetaling, vernietiging van het ontslag en wedertewerkstelling.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 7:615 BW Pro de bepalingen van boek 7 titel 10 BW niet van toepassing zijn op deze arbeidsverhouding en dat bepalend is wat in de arbeidsovereenkomst en CAO is overeengekomen. De CAO bepaalt dat ontslag onverwijld moet worden gegeven, wat volgens vaste rechtspraak betekent dat het ontslag binnen een redelijke termijn na het incident moet plaatsvinden.
De kantonrechter stelde vast dat het ontslag pas na meer dan vier maanden werd gegeven, waardoor het niet onverwijld was. Daarom werd het ontslag vernietigd, werd Werkse! veroordeeld tot loondoorbetaling met wettelijke rente en moest de werknemer worden toegelaten tot de werkvloer. De proceskosten werden Werkse! opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd wegens niet onverwijld gegeven ontslag en Werkse! wordt veroordeeld tot loondoorbetaling en toelating tot werk.