ECLI:NL:RBDHA:2016:401
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig bekering en onduidelijkheden in asielrelaas
Eiser, een Afghaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na beweringen over vervolging vanwege zijn bekering tot het Bahaïsme. Hij stelde dat hij mishandeld werd tijdens een inval in 2013 en later onder druk kwam te staan door politieonderzoeken en arrestaties van geloofsgenoten. De staatssecretaris wees zijn aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van zijn verhaal.
De rechtbank beoordeelde het iMMO-rapport waarin sprake was van psychische problemen bij eiser, maar concludeerde dat dit niet leidde tot onvermogen om coherent te verklaren tijdens de gehoorzittingen. De rechtbank vond dat verweerder terecht de verklaringen uit het eerste en nader gehoor als basis gebruikte.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in het oordeel dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn bekering tot het Bahaïsme, die niet overtuigend was onderbouwd met kennis van het geloof of een oprecht proces. Hierdoor werden ook de incidenten die eiser beschreef als ongeloofwaardig beoordeeld.
Hoewel het iMMO-rapport littekens en klachten constateerde die consistent waren met mishandeling, kon dit niet als steunbewijs gelden voor de specifieke door eiser beschreven inval. Het betoog dat eiser als Tadzjiek tot een kwetsbare minderheid behoorde, werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de asielaanvraag. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het bekeringstraject en onvoldoende bewijs van vervolging.