ECLI:NL:RVS:2019:662
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe feiten
De staatssecretaris verklaarde op 6 december 2017 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij niet eerder over het gestelde seksueel misbruik kon verklaren, een belangrijk element in zijn asielrelaas.
De Afdeling oordeelde dat het iMMO-rapport geen concrete aanwijzingen bevatte over het seksuele misbruik en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling dit aannemelijk had gemaakt. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.