ECLI:NL:RVS:2014:3262
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 15 augustus 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het advies van MediFirst niet als voldoende gemotiveerd heeft beschouwd. MediFirst concludeerde dat de vreemdeling medisch in staat was om gehoord te worden en dat zijn verklaringen consistent en coherent konden zijn. De Raad stelt dat de staatssecretaris aan zijn vergewisplicht heeft voldaan en dat de medische stukken van de vreemdeling dit niet tegenspreken.
Verder acht de Raad de tegenstrijdigheden en vaagheden in de verklaringen van de vreemdeling over zijn arrestaties en mishandelingen door paramilitaire groepen voldoende reden om het asielrelaas ongeloofwaardig te achten. Het rapport van Amnesty International biedt geen sterke aanwijzing om dit oordeel te wijzigen.
De Raad concludeert dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vluchteling is of een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Sri Lanka. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.